een ambtenaar heeft met een korte onderbreking ruim 40 jaar in overheidsdienst gewerkt. in 2010 gaat hij met pensioen. zijn pensioen en aow-uitkering komen samen uit op 55% van zijn laatstverdiende salaris. de ambtenaar vindt dat het abp zijn pensioen moet aanvullen tot 70% van zijn laatstverdiende salaris. hij baseert dit op informatie van het abp uit 1994, waaruit blijkt dat een redelijk pensioen (abp-pensioen + aow) 70% bedraagt van het laatstverdiende loon. in latere informatie is dit percentage naar beneden bijgesteld. het abp heeft de ambtenaar ook nadrukkelijk gewezen op dit pensioentekort. de rechter is van oordeel dat de aanspraken van de ambtenaar blijken uit het pensioenreglement en dat het abp het pensioenreglement goed heeft toegepast.
wederom een bevestiging van het feit dat de uiteindelijke hoogte van pensioenrechten alleen blijkt uit het pensioenreglement. voorlichtingsmateriaal heeft een informatief en geen juridisch bindend karakter. bovendien is er door het abp altijd duidelijk gecommuniceerd over de versobering van de pensioenregeling. van eindloon naar middelloon, zodat voor wat betreft de opbouw over de laatste dienstjaren van de ambtenaar de relatie met het laatstverdiende loon verloren is gegaan.