een belastingplichtige die een bancaire lijfrente heeft afgesloten, overlijdt voordat hij zelf uitkeringen heeft ontvangen. de enige nabestaande van de belastingplichtige is zijn moeder, die de aow-leeftijd al is gepasseerd. op grond van de huidige wettekst is zij degene aan wie de uitkeringen toekomen. de uitkeringen aan zijn moeder moeten een looptijd hebben van ten minste 20 jaar. om deze ongewenste situatie te beëindigen, keurt de staatssecretaris goed (
besluit 13 december 2021, onderdeel 4.2.9) dat de periode van 20 jaar mag worden verminderd met het aantal jaren dat iemand ouder is dan zijn/haar aow-leeftijd. er geldt een minimale looptijd van 5 jaar.