Per 1 januari zijn er aanpassingen doorgevoerd in het reglement van ABP. Daarbij haken zij in op de schijnzelfstandigenproblematiek en daar passen zij ook hun pensioentoekenningsbeleid op aan. Zij schrijven werkgevers hierover als volgt aan: “Als uw werknemer schijnzelfstandig was of is, heeft hij misschien recht op pensioen bij ABP. Van belang is dat u en uw werknemer eerst gezamenlijk de arbeidsrelatie kwalificeren. Leidt dit tot de conclusie dat de zelfstandige eigenlijk werknemer was of is? Dan moet u deze (schijn)zelfstandige aanmelden bij ABP vanaf het moment waarop hij eigenlijk werknemer was.”
Het moment waarop de (schijn)zelfstandige werknemer was, kan dus ook een datum in het verleden zijn. Als de werknemer (eventueel samen met zijn of haar werkgever) bewust heeft gedaan alsof hij geen dienstverhouding had, terwijl dat wel zo was, kan het ABP-bestuur beslissen dat de werknemer geen aanspraak maakt op pensioen. Ook niet naar het verleden toe.