Een man en vrouw zijn in 1986 uit elkaar gegaan. Pas in 1999 vordert de man officieel de echtscheiding. In de tussentijd (mei 1995) is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) in werking getreden. Deze wet regelt de wijze van verdelen van pensioenrechten ingeval van echtscheiding. Noch in de huwelijkse voorwaarden noch in een overeenkomst ter zake van de echtscheiding zijn er afspraken gemaakt over het verdelen van de door de man opgebouwde pensioenrechten. De rechter stelt de vrouw in het gelijk; de pensioenrechten moeten daarom alsnog worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van de WVPS.