wanneer kwalificeert een vertrekregeling als een ‘regeling voor vervroegde uittreding’ (rvu)? de hoge raad heeft op 22 juni 2018 bepaald dat dit moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve criteria. de beweegredenen van de werkgever/werknemer zijn daarbij niet van belang. getoetst moet worden of de vertrekregeling bedoeld is om oudere werknemers eerder te laten stoppen met werken. zij krijgen dan een vergoeding om de periode tot hun pensioen-/aow-leeftijd te overbruggen. maar wat nu als er op basis van objectieve gronden sprake zou kunnen zijn van een rvu?
in dat geval kan per werknemer (op grond van de 70%-toets) nog worden bekeken of de regeling voor hem of haar leidt tot een aanvulling in de periode tot de pensioen-/aow-leeftijd.
commentaar/tip
het standpunt van de belastingdienst is helder. bovendien nodigt het wat eerder uit om gebruik te maken van de mogelijkheid om vooraf te laten toetsen of een vertrekregeling al dan niet kwalificeert als rvu. laat dat dan ook doen.