de verhuur, waaronder ook de verpachting van onroerende goederen wordt verstaan, is normaliter vrijgesteld van omzetbelasting. de verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines is daarentegen wél belast met omzetbelasting. omdat de pacht van de machines werd gezien als bijkomende prestatie, lift deze mee in de vrijstelling, volgens de belastingplichtige in deze zaak. de duitse fiscus vroeg zich af of de btw-richtlijn splitsing in btw-belast en btw-vrijgesteld verplicht stelt. het europese hof
oordeelt dat dit niet het geval is en bevestigt daarmee dat de gehele pacht is vrijgesteld.