Wat moet er worden verstaan onder de ambtshalve toetsing door een rechter? Daarvoor moet je weten hoe het Nederlandse procesrecht in de basis is ingericht. In beginsel wacht de rechter af wat partijen aanvoeren. Zij bepalen daarmee de omvang van het geding. Feiten of omstandigheden die partijen niet naar voren brengen, betrekt de rechter in principe niet bij de beoordeling – óók niet als deze algemeen bekend zijn of de rechter daar op een andere manier kennis van heeft. Partijen beschikken daarmee over een grote mate van procesautonomie. Zij beslissen dus zelf welke feiten, stellingen en verweren zij aan de rechter voorleggen, waarover zij een rechterlijk oordeel wensen.
Toch zijn er uitzonderingen op dit uitgangspunt. In sommige gevallen toetst de rechter bepaalde aspecten ambtshalve – dus uit eigen beweging. Oók als geen van de procespartijen hierop een beroep heeft gedaan. Het kan daarbij gaan om procesrechtelijke kwesties, zoals de vraag of de rechter bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin de zaak bij een rechter in een ander arrondissement aanhangig had moeten worden gemaakt. De rechter kan ook dwingende regels uit het consumentenrecht en arbeidsrecht ambtshalve toetsen.
Wil je meer weten over het procesrecht? Neem contact op met mr. Natasja Rensen of mr. Pascalle de Hoon. Zij zijn als advocaat werkzaam voor Avanti Jure Advocaten, dat samenwerkt met Fiscount.