een stichting gebruikt het appartement van haar bestuurder als kantoor- en ontvangstruimte. de bestuurder treedt per 17 juni 2016 af, maar vordert hierna nog wel betaling van de huur. de
kantonrechter oordeelt dat er tot 1 juli 2016 sprake was van een huurovereenkomst. dat de bestuurder hierdoor een financieel voordeel genoot, doet hier niets aan af. een alternatief pand zou immers ook huurkosten met zich meebrengen. na deze periode zijn er echter geen afspraken gemaakt over de overdracht van de huur, en een huurovereenkomst bestaat er evenmin. daarom wordt de vordering van na 1 juli 2016 afgewezen.