Onderneming en Recht

Turboliquidatie meestal niet probleemloos

In de praktijk werd er altijd al veel gebruik gemaakt van turboliquidatie, maar door de coronacrisis neemt het gebruik naar verwachting nog meer toe. Bij een turboliquidatie wordt een rechtspersoon die geen baten meer heeft door een besluit van de algemene vergadering ontbonden, waarbij deze meteen ophoudt te bestaan. Deze praktijk wordt alleen getolereerd wanneer er geen schulden of baten meer zijn. Zo’n turboliquidatie verloopt meestal niet probleemloos, mede omdat er in de praktijk nog weleens wat vrij mee omgesprongen wordt. Wat nu als achteraf blijkt dat er nog baten wel zijn? Of als een schuldeiser ontdekt dat de BV waar hij een vordering op heeft, is ontbonden?

Het komt regelmatig voor dat na ontbinding van een rechtspersoon (via turboliquidatie) blijkt dat deze op het moment van de ontbinding toch nog vermogensbestanddelen in eigendom had. Of dat er nog schulden waren. Dit levert problemen op als de vermogensbestanddelen te gelde gemaakt worden of overgedragen moeten worden. Voor de schuldeiser betekent het dat er geen verhaal meer is voor zijn vordering.

 

Vereffening heropenen

Als er een goede grond voor is, is het mogelijk om de geliquideerde BV tijdelijk weer te laten ‘herleven’ en zo de vereffening te heropenen. Hiervoor moet een verzoek tot heropening van de vereffening worden gedaan bij de rechtbank. Het verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat (artikel 2:23c, lid 1 BW).  Door tijdelijke opheffing wordt het dan mogelijk om de vordering alsnog te innen.