de eigenaar van een bedrijfsloods heeft zijn verzekeringsagent voor de rechter gedaagd, omdat de brandverzekeraar niet wil uitkeren nadat de loods is afgebrand. de brandverzekeraar keert niet uit, omdat de verzekeringnemer niet aan de verzekeraar heeft verteld dat: a) de vorige brandverzekering is opgezegd; en b) in het pand een hennepkwekerij is geëxploiteerd. de verzekeringsagent was op de hoogte van deze omstandigheden en had de verzekeringnemer moeten behoeden voor – althans moeten waarschuwen voor de gevolgen van – het verkeerd informeren van de (nieuwe) verzekeraar. maar de eiser blijkt de rechter (ook) niet juist te informeren en dat heeft consequenties…
de eiser heeft tijdens de procedure herhaaldelijk verklaard dat hij niet betrokken was bij de exploitatie van de hennepkwekerij. volgens eiser wist hij pas kort voordat de kwekerij is opgerold, dat er hennep werd gekweekt in zijn loods. op basis van het politieonderzoek is echter gebleken dat de eiser in deze zaak van begin af aan betrokken is geweest bij de hennepkwekerij. deze informatie is relevant voor de beoordeling van de zaak. eiser heeft hierover onjuiste verklaringen gegeven en daarmee haar waarheidsplicht geschonden. zowel de rechter van de rechtbank als de rechters van het gerechtshof hebben geconcludeerd dat dit een reden is om de vordering van eiser af te wijzen.