Een zzp'er gaat met een internetdienstverlener een overeenkomst aan, waarin een beding staat over een opzeggingsvergoeding. De zzp'er moet bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst een vergoeding betalen van 40% van de nog niet vervallen maandelijkse betaaltermijnen. Als deze situatie zich voordoet, beroept de internetdienstverlener zich op het beding en vordert de opzeggingsvergoeding. De zzp'er vindt dat hij als kleine ondernemer dezelfde rechtsbescherming dient te krijgen als een consument. Hij vindt het beding daarom onredelijk bezwarend en vernietigbaar. Het Hof geeft hem geen gelijk.
Het hof oordeelt dat een zzp’er zich niet in dezelfde positie bevindt als een consument. Hij moet als ondernemer in staat worden geacht om weerstand te bieden aan al te opdringerige verkopers en hij had kunnen afzien van het sluiten van de overeenkomst. De grootte van zijn onderneming maakt dat niet anders. De opzeggingsvergoeding was bovendien integraal opgenomen in de ondertekende overeenkomst. De zzp’er heeft dus voldoende kans gehad om kennis te nemen van de inhoud van het beding. Deze feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat het beding niet vernietigbaar is, omdat niet voldaan is aan de vereisten van artikel 6:233 BW (vernietigbaarheid algemene voorwaarden).