het retentierecht is de bevoegdheid van een schuldeiser om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan. de schuldeiser dient hiervoor houder te zijn van de betrokken zaak. voor de vraag wanneer iemand kan worden gekwalificeerd als ‘houder’, is het van belang dat de schuldeiser direct of indirect de naar verkeersopvattingen, wet en uiterlijke omstandigheden te beoordelen feitelijke macht over de zaak kan uitoefenen. bij een onderaannemer komt daar nog bij dat de feitelijke macht een normaal gevolg moet zijn van de uitvoering van de aannemingsovereenkomst.
de rechtbank kijkt naar alle feiten en omstandigheden bij haar oordeel of een onderaannemer een retentierecht heeft. recent oordeelde de rechtbank in een zaak dat de onderaannemer geen retentierecht had. in die zaak was het relevant dat de onderaannemer slechts een beperkt deel van de bouwwerkzaamheden uitvoerde. bovendien voerde de onderaannemer de werkzaamheden uit met behulp van door haar ingeschakelde zzp’ers en had zij slechts weinig eigen werkmateriaal op de bouwplaats. wat hier ook meewoog, was dat zij de bouwplaats niet zelf had afgesloten en dat zij evenmin bepaalde wie toegang tot de bouwplaats had.