In de volgende zaak vindt er door de buitengerechtelijke ontbinding geen voorafgaande rechterlijke toets plaats of de ontbinding in het concrete geval gerechtvaardigd is. De huurders kunnen zich hier niet mee verenigen en leggen het geschil alsnog voor aan de rechter. Uiteindelijk wordt de zaak aan de Hoge Raad voorgelegd. De huurders stellen dat de verhuurder geen legitiem doel heeft bij de ontbinding van de huurovereenkomst, nu deze primair zou zijn gericht op het tegengaan van drugscriminaliteit en het vergroten van de leefbaarheid in de wijk.

Voortzetting verhuur nadelig voor verhuurder?

De Hoge Raad overweegt evenwel dat artikel 7:231 lid 2 BW ertoe strekt te beoordelen of voortzetting van de huurovereenkomst nadelig is voor de verhuurder. Daarbij kunnen ook andere belangen van de verhuurder worden betrokken dan uitsluitend het voorkomen van een ernstige verstoring van de openbare orde. Onder meer het vergroten van de openbare veiligheid zijn en het voorkomen van strafbare feiten kunnen een legitiem doel zijn. Deze belangen kunnen een inmenging rechtvaardigen in het recht op respect voor het privé-, familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 lid 2 EVRM. Wel moet voorafgaand worden onderzocht of minderjarige kinderen in de woning verblijven. Op grond van artikel 3 lid 1 IVRK moeten hun belangen als een eerste overweging worden betrokken bij de beoordeling. Zie ook het eerdere blog ‘Belang kind staat bij woningontruiming voorop’.

Commentaar

Een verhuurder kan dus uiteenlopende belangen kan hebben bij het (buitengerechtelijk) ontbinden van een huurovereenkomst. Deze belangen zal hij/zij concreet en deugdelijk moeten onderbouwen om de kans op succesvolle ontbinding te vergroten.

Wil je weten hoe je een klant kunt ondersteunen bij de ontbinding van een verhuurovereenkomst? Neem dan contact op met onze specialist, mr. Pascalle de Hoon. Zij is als advocaat werkzaam bij Avanti Jure Advocaten, een samenwerkingspartner van Fiscount.