Commentaar
De rechtbank acht aannemelijk dat in de woning waar belanghebbende in Nederland verbleef werkzaamheden werden uitgevoerd voor de onderneming, zoals bijvoorbeeld het voeren van klantcontact en het bijhouden van de administratie. In dat geval is de woning aan te merken als een vaste inrichting en zijn de inkomsten van de in Nederland verrichte werkzaamheden in Nederland belast.
Vaste inrichting?
Ook als de woning niet als vaste inrichting zou kunnen worden aangemerkt, is sprake van een vaste inrichting op grond van het Verdrag. Hiertoe overweegt de rechtbank dat sprake is van een vaste inrichting als iemand rechtsgeldig namens de onderneming kan optreden en de onderneming kan binden. Van belang is of de bevoegdheid bestaat om overeenkomsten te sluiten. Een uitleg die ertoe leidt dat alleen een werknemer of een derde die namens de onderneming overeenkomsten kan sluiten een vaste inrichting zou vormen – waar een ondernemer die zelf deze overeenkomsten sluit geen vaste inrichting zou vormen – acht de rechtbank niet in overeenstemming met het doel en de strekking van het verdrag.