Voor sommige onderdelen geldt een overgangstermijn van 24 maanden. Inwerkingtreding vóór 2028 ligt daarom niet voor de hand.

Commentaar

Belangrijkste voorgenomen wijzigingen:

  • Strengere voorwaarden voor detachering. Voor toepassing van de detacheringsregeling moet een werknemer voorafgaand aan de uitzending gedurende ten minste drie maanden onder de socialezekerheidswetgeving van de uitzendende lidstaat hebben gevallen (nu 1 maand).
  • Nieuwe regels rond de A1-verklaring. De aanvraag voor een A1-verklaring moet in beginsel voorafgaand aan de werkzaamheden worden ingediend. Daarnaast wordt de administratieve samenwerking tussen lidstaten verder gedigitaliseerd.
  • Uitzondering voor korte zakelijke reizen. Voor bepaalde korte werkzaamheden en zakelijke reizen zou geen A1-verklaring meer nodig zijn. Gedacht wordt aan niet-commerciële zakelijke bezoeken en werkzaamheden van maximaal drie werkdagen binnen een periode van dertig dagen (met uitzondering van onder meer de bouwsector).
  • Verduidelijking van opvolgende detacheringen. De regels rond opvolgende detacheringen en vervangende werknemers worden in de Verordening opgenomen. Er moet sprake zijn van een onderbrekingsperiode van ten minste twee maanden nadat de maximale detacheringstermijn van 24 maanden is verstreken voordat een nieuwe detachering mag plaatsvinden.
  • Aanpassingen voor werkzaamheden in meerdere lidstaten. De regels voor werknemers die in twee of meer lidstaten werkzaam zijn worden verduidelijkt. Om de vestigingsplaats van de werkgever te bepalen, wordt op dit moment gekeken waar de voornaamste beslissingen betreffende de onderneming worden genomen en waar de centrale bestuurstaken ervan worden uitgeoefend. Deze criteria voor het bepalen van de vestigingsplaats blijven bestaan, maar bij de vaststelling van de werkgever moet een algehele beoordeling plaatsvinden. De Administratieve Commissie zal een gedetailleerde regeling voor de vaststelling opstellen.