De rechtbank oordeelt dat de bv voor deze transacties geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Hoewel facturen een bewijsvermoeden opleveren, acht de rechtbank dit vermoeden ontzenuwd. Hierbij is doorslaggevend dat:

  • de gestelde leveringen niet verifieerbaar zijn;
  • betalingen contant en zonder traceerbare vastlegging hebben plaatsgevonden;
  • de leverancier geen relevante aangiften heeft gedaan en als ‘missing trader’ wordt aangemerkt;
  • objectief bewijs ontbreekt dat de goederen daadwerkelijk aan belanghebbende zijn geleverd.

Volgens de rechtbank is de bv verder ook niet geslaagd in haar bewijslast om de daadwerkelijke leveringen aannemelijk te maken. Aanvullend oordeelt de rechtbank dat ook het btw-nultarief niet van toepassing is. Het is niet aannemelijk dat sprake is van vervoer naar een andere lidstaat in het kader van de levering. De afnemer haalde de goederen zelf op in Nederland en de overgelegde bescheiden voldoen niet aan de bewijsvereisten.

Belang van objectief bewijs
Deze uitspraak onderstreept dat facturen op zichzelf onvoldoende zijn als objectief bewijs van de feitelijke leveringen ontbreekt. Bij fraudesignalen (zoals ‘missing traders’ en contante betalingen) wordt het bewijsvermoeden van facturen snel doorbroken. Ook voor het btw-nultarief geldt dat het vereiste grensoverschrijdende transport van de goederen strikt worden getoetst.

Tips

  • Zorg voor sluitend en verifieerbaar bewijs van leveringen (denk aan contracten, betaalbewijzen en transportdocumenten).
  • Vermijd contante transacties en leg commerciële communicatie zoveel mogelijk vast.
  • Controleer leveranciers en afnemers actief (denk aan VIES-verificatie en feitelijke activiteiten) om risico’s rond weigering van aftrek en nultarief te beperken.

Mr. Roger Klinkeberg, btw-specialist en trainer bij Fiscount.