Duidelijkheid voor Rijnvarenden over reikwijdte Rijn onder het Rijnvarendenverdrag
Internationale werkzaamheden verlangen duidelijke wet- en regelgeving. Daarom is voor werkgevers en werknemers in de binnenvaart op de Rijn de Rijnvarendenovereenkomst gesloten. Op basis hiervan is het socialezekerheidsrecht van de lidstaat waar de werkgever is gevestigd van toepassing op alle werknemers – ongeacht waar zij wonen. Het schip waarop de werknemers varen, moet wel in de Rijnvaart worden gebruikt. Bij een Luxemburgse binnenvaartonderneming ontstaat discussie over de verzekering van Nederlandse werknemers.
De SVB stelde dat gedurende een bepaalde periode de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing was, omdat in die periode niet of te beperkt was gevaren over de conventionele Rijn.¹ Volgens de SVB moest daarom niet op grond van de Rijnvarendenovereenkomst² maar op grond van de Basisverordening³ worden bepaald welk socialezekerheidsrecht van toepassing is op de betreffende werknemers. Op grond van de Basisovereenkomst is het socialezekerheidsrecht van toepassing van het land waarin de werknemers wonen in het geval ze een substantieel deel van hun werkzaamheden in dit land verrichten. In deze zaak betekende dit dat de werknemers gedurende hun dienstverband afwisselend in Luxemburg en Nederland verzekerd zouden zijn.
De Rechtbank Amsterdam oordeelde op 22 mei 2025 dat de SVB onterecht had geconcludeerd dat in de betreffende periode niet of te beperkt was gevaren over de Rijn. De SVB had het begrip ‘mede in de Rijnvaart gebruikt’ te eng geïnterpreteerd. Een schip wordt mede in de Rijnvaart gebruikt als het schip een Rijnvaartverklaring heeft en heeft gevaren op de Rijn en haar uitmondingen. De uitbreiding met ‘haar uitmondingen’ is relevant, omdat ook het varen in het zogenoemde ARA-gebied – van en naar de havens van Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam – als varen op de Rijn kwalificeert, zoals bedoeld in de Rijnvarendenovereenkomst. Deze ruimere interpretatie is in lijn met de definitie van de Rijn in de Herziene Rijnvaartakte, welke definitie de rechtbank Amsterdam relevant acht.
Kortom, het SVB had niet mogen oordelen dat gedurende een zekere periode de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing was, maar had de eerder door Luxemburgs afgegeven verzekeringsverklaringen moeten respecteren. Hierdoor ontstond onterecht een periode van rechtsonzekerheid voor de werkgever en werknemers, met navorderingen van de Nederlandse Belastingdienst en Luxemburgse kinderbijslag als gevolg.
¹ Ofwel over de Rijn, de Waal tot Gorinchem en de Lek tot Krimpen aan de Lek.
² De overeenkomst krachtens artikel 16, eerste lid, van Verordening (EG) 883/2004 betreffende de vaststelling van de op Rijnvarenden toepasselijke wetgeving.
³ Verordening (EG) 883/2004.
Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met mr. Natasja Rensen. Natasja is als advocaat werkzaam bij Avanti Jure, dat samenwerkt met Fiscount.