De belanghebbende in deze casus verrichtte IT-werkzaamheden en woonde met haar gezin tot eind september 2013 in Nederland. Daarna hebben zij een woning gehuurd op Jersey (een bekend belastingparadijs) en hebben zij zich uitgeschreven in Nederland en ingeschreven in Jersey. De voormalige gezinswoning is aangehouden en verhuurd aan derden. Teneinde de verschuldigde belasting te kunnen vaststellen, heeft de inspecteur met een beroep op artikel 47 AWR voor de belastingjaren vanaf 2008 vragen gesteld. Deze vragen zijn kennelijk niet (volledig) beantwoord, waarna voor de jaren 2008 t/m 2014 informatiebeschikkingen zijn genomen. Die hebben echter evenmin tot het verstrekken van de gevraagde informatie geleid.

Hof Den Bosch oordeelde dat de informatiebeschikkingen (voor 2010, 2013 en 2014) terecht zijn gegeven. De Hoge Raad heeft nu bevestigd dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de informatiebevoegdheid van artikel 47 AWR niet territoriaal is begrensd. Ook bevestigt de Hoge Raad daarbij dat een tussen landen overeengekomen verdrag tot uitwisseling van informatie de inspecteur niet verplicht om eerst langs die weg informatie op te vragen, voordat hij zich rechtstreeks tot de inwoner van dat land wendt.

Tip
Heb je cliënten die in het buitenland wonen en bijvoorbeeld onroerende zaken of een onderneming in Nederland bezitten? Dan zijn zij zogenoemd ‘buitenlands belastingplichtig’ in Nederland. Maar ook als zij geen belasting verschuldigd zijn in Nederland zullen ze dus, net als bij het vroeger populaire NCRV-televisieprogramma ‘Spel zonder grenzen’, moeten meewerken aan een informatieverzoek dat zij van de Belastingdienst ontvangen.