Wél voorziening voor aandelenparticipatieplannen maar geen kostenaftrek
Een Nederlandse bv die onderdeel uitmaakt van een Frans concern, implementeert twee aandelenparticipatieplannen. Het ene plan richt zich op alle werknemers van de bv en het andere is een incentive plan voor haar directieleden. De bv vormt hiervoor voorzieningen en ontvangt facturen van haar Franse moedermaatschappij bij het onvoorwaardelijk worden van de aandelen. De bv trekt de kosten van de aandelenparticipatieplannen af van haar winst. De inspecteur heeft die aftrek terecht geweigerd, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Artikel 10, lid 1, letter j van de Wet Vpb laat geen andere interpretatie toe.
De rechtbank oordeelt dat artikel 10, lid 1, letter j Wet Vpb zich ertegen verzet dat een bv die rechten op aandelen onder opschortende voorwaarde toekent, vooruitlopend op vervulling van die voorwaarden bedragen ten laste van de winst brengt. De bv mag wel een voorziening vormen voor de toegekende rechten. Zij voldoet wel aan de voorwaarden voor het vormen van een voorziening. De kosten in verband met dotaties aan deze voorziening zijn echter uitgesloten van aftrek.