een man drijft via zijn eenmanszaak tot en met 2008 een hotelbedrijf. in 2008 verkoopt hij het bedrijfspand en vormt van de boekwinst een herinvesteringsreserve (hir). vanaf 2009 exploiteert hij een organisatie- en adviesbureau op het gebied van hotelmanagement. eind 2009 koopt de man een nieuw pand dat hij verhuurt aan de verkoper. een deel van de hir wordt afgeboekt op de aankoopkosten. de inspecteur stelt dat de man dit pand niet gebruikt voor ondernemingsactiviteiten, dat hij zijn onderneming in 2009 heeft gestaakt en dat de hele hir moet vrijvallen in de winst.
rechtbank noord-holland gaat hierin mee.