De aanpassingen aan de pseudo-eindheffingsregeling betreffen de volgende voorstellen:

  • Geen pseudo-eindheffing voor een vervangende auto tijdens garagebezoek voor onderhoud en reparatie. Deze uitzondering geldt maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen;
  • Introductie van een vrijstelling voor lesauto’s met handgeschakelde transmissie;
  • Verlenging van de overgangstermijn van 17 september 2030 naar 1 januari 2031;
  • Introductie van een beperkte vrijstelling tot 1 januari 2031, waarbij elk kalenderjaar één keer maximaal 7 aaneengesloten dagen een fossiele personenauto tijdelijk mag worden aangeboden, zonder eindheffing te betalen. Deze vrijstelling voorkomt dat tijdelijk vervoer, zoals een huur- of deelauto, al per 1 januari 2027 volledig elektrisch moet zijn;
  • Anticumulatiebepaling om samenloop van de pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s en de pseudo-eindheffing ter zake van hoge vertrekvergoedingen te voorkomen.

Andere voorgestelde maatregelen uit het wetsvoorstel OFM 2027 zijn:

  • De in het buitenland wonende aandeelhouder van een vennootschap waarvan de zetel (lees: de werkelijke leiding) naar Nederland wordt verplaatst, wordt in Nederland buitenlands belastingplichtig. Het kabinet stelt voor om op dat moment de waarde van het aanmerkelijk belang in die vennootschap vast te stellen op de waarde in het economisch verkeer. Hierdoor wordt in Nederland alleen belast een waardestijging of waardedaling die zich voordoet na de zetelverplaatsing.
  • Uitbreiding van teruggaafregeling dividendbelasting voor buitenlandse beleggingsinstellingen die dividenden uitkeren onder inhouding van dividendbelasting afkomstig van in Nederland gevestigde vennootschappen.