Villatax kan door de EVRM-beugel
Een man en zijn partner hebben een eigen woning met een WOZ-waarde van € 2.377.000. Het saldo van de inkomsten en aftrekposten uit de eigen woning bedraagt € 2.898 positief. Volgt uit het hoge eigenwoningforfait (ook wel villatax) voor woningen met een hogere WOZ-waarde dan € 1.110.000 (in 2021) en de afbouw van de Hillen-aftrek. De man meent dat dit in strijd is met de algemene rechtsbeginselen van behoorlijk bestuur en met artikel 1 EP bij het EVRM. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat zich geen bijzondere omstandigheden voordoen die rechtelijke toetsing van de wet aan de algemene beginselen mogelijk maakt. Maar is er sprake van strijd met artikel 1 EP bij EVRM?
De rechtbank oordeelt dat er geen strijd is met artikel 1 EP bij het EVRM. De wetgever blijft met de villatax en de afbouw van de Hillen-regeling binnen de hem toekomende beoordelingsmarge. De wetgever heeft met de eigenwoningregeling uitdrukking willen geven aan het totale voordeel dat een belastingplichtige heeft van zijn eigen woning. Dat voordeel bestaat enerzijds uit een bestedingsaspect (het woongenot) en anderzijds uit een beleggingsaspect (de waardeontwikkeling). Deze aspecten mag de wetgever betrekken in de belastingheffing. Vanwege het beleggingsaspect mag er een hoger eigenwoningforfait worden vastgesteld voor duurdere woningen.
Belastingplichtigen wordt op stelselniveau niet geconfronteerd met een buitensporige last. De schending van artikel 1 EP doet zich niet voor. Ook leidt de belastingheffing over het positieve eigenwoningsaldo niet tot een individuele en buitensporige last. Hierbij speelt met name mee dat het gezamenlijke inkomen van de man en zijn partner in 2021 € 150.533 bedroeg.