een zelfstandige beroepsbeoefenaar claimt een verletkostenvergoeding bij gegrondverklaring van zijn beroep. hij berekent de kosten op € 328, waarbij hij uitgaat van een tijdsbeslag van 4 uren. dit is de tijd waarin hij geen omzet kan genereren vanwege zijn aanwezigheid op de zitting. de rechtbank en ook het hof stellen de verletkostenvergoeding echter vast op slechts € 82, zijnde 1 uur voor het bijwonen van de zitting. de hoge raad stelt vast dat de beroepsbeoefenaar persoonlijk bij de zitting aanwezig was en hij daardoor gedurende een aantal uren zijn normale werkzaamheden niet kon uitvoeren en dus omzet heeft gederfd. ook die uren tellen mee voor de verletkostenvergoeding.
de hoge raad oordeelt daarom dat verletkosten niet alleen zien op de uren die zijn gemoeid met de tijd van de zitting en de heen- en terugreis. ook de uren voor de gederfde omzet tellen dus hierbij mee.