Uit vaste rechtspraak volgt dat aan drie voorwaarden moet worden voldaan om te kunnen spreken van een bron van inkomen:

  1. de belastingplichtige neemt deel aan het economische verkeer;
  2. met deze deelname beoogt de belastingplichtige een geldelijk voordeel te behalen (subjectief element); en
  3. dat voordeel kan naar maatschappelijke opvattingen ook redelijkerwijs worden verwacht (objectief element).

Aan de eerste twee voorwaarden werd in deze zaak wel voldaan, maar aan de derde voorwaarde niet. Wat tegen de belastingplichtige pleitte, was dat een ondernemingsplan of marktonderzoek ontbrak dat inzicht zou kunnen geven in het verdienmodel van de webshop. Hierdoor kon objectief gezien niet aannemelijk worden gemaakt dat er winst te verwachten was. Wat bovendien niet in zijn voordeel werkte, was het feit dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit tegen hem was opgetreden vanwege het gebruik van niet toegestane gezondheidsclaims.

Tip

Is je klant verwikkeld geraakt in een procedure over het hebben van een bron van inkomen en moet hij of zij de objectieve voordeelsverwachting aannemelijk maken? In dat geval zal een goed ondernemingsplan en/of gedegen marktonderzoek doorgaans zijn waarde bewijzen. Kaart daarom bij andere klanten nog eens aan in hoeverre hun ondernemingsplan (nog) actueel is en of zij recent marktonderzoek hebben gedaan.