Fiscaal

Verder uitstel invoering nieuw box-3-stelsel – hoger forfait en lagere vrijstelling

gepubliceerd op: 18 december 2024

Invoering van het nieuwe box-3-stelsel op 1 januari 2027 is niet meer haalbaar. Daarom wordt de invoering uitgesteld tot 1 januari 2028. In een brief informeert staatssecretaris Van Oostenbruggen de Tweede Kamer over de stand van zaken van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Hij geeft hierin aan welke invoeringsopties en inhoudelijke alternatieven voor het huidige voorstel er zijn onderzocht. Ook informeert hij de Kamer hierin over het eigen gebruik van onroerende zaken in de tegenbewijsregeling. Tot slot laat hij weten dat het uitstel leidt tot verhoging van het forfait voor ‘overige bezittingen’ en tot een lager heffingsvrij vermogen.

De keuze voor verder uitstel van de invoering van het nieuwe box-3-stelsel leidt tot een budgettaire derving van € 2,55 miljard. Het kabinet wil hiervoor de dekking vinden in de jaren 2025-2027 binnen het huidige box-3-stelsel met de tegenbewijsregeling, tenzij in het voorjaar hierover anders besloten wordt.

Hoger forfaitair rendement op ‘overige bezittingen’ en lager heffingsvrij vermogen
De voorlopige dekking betekent dat de berekeningswijze van het forfaitaire rendement voor ‘overige bezittingen’ wordt aangepast. Daartoe worden huurinkomsten en voordelen door eigen gebruik meegerekend in combinatie met een verlaging van het heffingsvrije vermogen. Het forfait voor overige bezittingen zou dan in 2025 worden verhoogd naar 7,66% en het heffingsvrije vermogen zou worden verlaagd naar € 52.048 per belastingplichtige. Hebben belastingplichtigen een lager werkelijk rendement? Dan kunnen zij gebruik blijven maken van de tegenbewijsregeling.

Op 30 januari 2025 vindt er een commissiedebat plaats over de stand van zaken met betrekking tot het nieuwe box-3-stelsel.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.