het
beleidsbesluit van 29 maart 2018 heeft onder andere betrekking op de algehele gemeenschap van goederen met ongelijke delen. maar wat is de reikwijdte van dit besluit? in een
brief aan de eerste kamer heeft staatssecretaris snel vragen hierover beantwoord. hij bevestigt dat in het beleidsbesluit is aangegeven dat het aangaan of wijzigen van een gemeenschap van goederen -waarbij de meest vermogende na het aangaan/de wijziging gerechtigd blijft tot ten minste van 50% van die gemeenschap - geen schenking vormt voor toepassing van de successiewet 1956. voor situaties die verder gaan, is onzekerheid troef; regelgeving en jurisprudentie geven voor alsnog geen uitsluitsel.