Start uitpondingsstrategie betekent einde herinvesteringsvoornemen
Gepubliceerd op: 3 mei 2018
Een vastgoed-bv exploiteert onroerende zaken. Zij vormt een HIR van de boekwinst bij de verkoop van onroerende zaken. In 2008 sluiten de aandeelhouders van de bv een principeovereenkomst met een andere bv voor de overname van de aandelen in de bv. De inspecteur stelt dat de bv vanaf dat moment geen herinvesteringsvoornemen meer heeft. Dat is juist, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. Vanaf het afsluiten van de principeovereenkomst is de bv gestart met de uitvoering van een uitpondingsstrategie. Leeggekomen panden werden niet meer verhuurd en veel panden zijn sindsdien verkocht. De HIR moet vrijvallen.
Wil uw cliënt een HIR vormen, zorg er dan voor dat het herinvesteringsvoornemen kan worden onderbouwd met bewijsstukken. Zolang het voornemen bestaat, kan de HIR maximaal blijven bestaan tot het einde van de 3-jaarstermijn. Dit betekent dat dit voornemen niet alleen in het jaar van de verkoop aantoonbaar moet zijn, maar ook in de drie daarop volgende kalenderjaren.