Fiscaal

Stakingslijfrentepremie verlaagt bijdrage-inkomen Zvw niet

Een ondernemer staakt in 2016 zijn onderneming. Hij koopt een bancaire lijfrente van de stakingswinst van ruim € 60.000. De Belastingdienst houdt hiermee geen rekening bij de vaststelling van het bijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). De ondernemer krijgt daarom een aanslag opgelegd over het maximumbijdrage-inkomen Zvw van € 52.763 (in 2016). Terecht, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. Een stakingslijfrente moet anders worden beoordeeld dan een werknemerspensioen of een lijfrente voor de omzetting van een fiscale oudedagsreserve (FOR), die wel in mindering komen op het bijdrage-inkomen Zvw.

De ondernemer meent dat er sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel uit het EVRM. Maar de rechtbank oordeelt dat de situatie van de ondernemer niet gelijk is aan de situatie van een werknemer die deelneemt aan een pensioenregeling of aan de situatie waarin een lijfrente wordt gekocht bij omzetting van een FOR. De rechtbank verwijst hiervoor naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2018, waarin de volgende drie situaties worden onderscheiden voor de Zvw:

  1. pensioenopbouw in een dienstbetrekking;
  2. oudedagsvoorziening van de ondernemer via een verplichte pensioenregeling of via dotaties aan een FOR; en
  3. ondernemers die al dan niet in aanvulling op hun pensioen een oudedagsvoorziening opbouwen via een lijfrente.

 

De eerste twee gevallen zijn volgens de Hoge Raad gelijke gevallen, waarvan de premies in mindering komen op het bijdrage-inkomen Zvw. Deze voorzieningen behoren tot de tweede pijler van het pensioenstelsel, waarbij er een verband is tussen de opbouw en het loon of de winst. Bovendien vindt de betaling van de pensioenpremies of de FOR-dotaties fiscaal gefaciliteerd en jaarlijks plaats binnen dezelfde bron van inkomen.

Het derde geval behoort tot de derde pijler. Hierbij bestaat er geen verband tussen de opbouw van de oudedagsvoorziening, het inkomen en de arbeidsduur. Bovendien vindt de opbouw incidenteel – in beginsel eenmalig – plaats en is deze vrijwillige aanvulling niet fiscaal gefaciliteerd binnen dezelfde bron. De aftrek van premies vindt immers plaats in het kader van negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en niet binnen de bron van inkomen zelf. De lijfrentepremie verlaagt in dit geval daarom het bijdrage-inkomen Zvw niet.

 

In het onderhavige geval houdt de stakingslijfrente geen verband met de vrijval van een FOR. Daarom valt de situatie van de ondernemer onder het derde geval, aldus de rechtbank. Er is bij de vaststelling van het bijdrage-inkomen Zvw daarom terecht geen rekening gehouden met de koopsom voor de stakingslijfrente.