Fiscaal

Stage elders geen ‘onvoorziene omstandigheid’ – OVB terecht nageheven

gepubliceerd op: 06 november 2025

Een automonteur koopt met zijn broer en zus een woning, waarvan hij voor een derde eigenaar wordt. Zij verklaren de woning als hoofdverblijf te zullen gebruiken. De automonteur draagt bij de levering van de woning 2% OVB af. Kort na de levering beroept hij zich op de onvoorziene omstandighedenregeling (artikel 15a, lid 4 WBR). Hij is namelijk kort na de koop elders in de avonduren stage gaan lopen, waardoor de aangekochte woning niet meer zijn hoofdverblijf is. Op verzoek van de inspecteur levert hij hierover informatie aan. De inspecteur legt op grond daarvan een naheffingsaanslag OVB op naar het algemene tarief van 10,4%. Maar is dat terecht?

Rechtbank Noord-Holland overweegt dat het aan de automonteur is om aannemelijk te maken dat zijn werkomstandigheden een onvoorziene omstandigheid vormen, waardoor hij redelijkerwijs niet in staat was de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken. Daarin is hij niet geslaagd, aldus de rechtbank.

Geen verrassing

Tussen het sluiten van de koopovereenkomst (2 december 2022) en de verkrijging van de woning (2 januari 2023) heeft zich geen onvoorziene omstandigheid voorgedaan, waardoor de automonteur redelijkerwijs niet in staat was de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken. De stageovereenkomst is op 15 december 2022 gesloten en de stageperiode is op 19 december 2022 gestart. De stage liep hij ter aanvulling op zijn bestaande werkzaamheden overdag bij een ander garagebedrijf om zijn promotiekansen te vergroten. De automonteur heeft, mede gelet op het korte tijdsverloop tussen de koop van de woning en de start van de stage, onvoldoende duidelijk gemaakt dat deze omstandigheid ten tijde van de koop van de woning onvoorzien was.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.