een gastouder verkoopt zelfgemaakt speelgoed aan haar klanten. zij geniet met het gastouderschap winst uit onderneming en meent recht te hebben op de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. zij voldoet namelijk aan het urencriterium wanneer zij de bestede tijd aan kinderopvang en de speelgoedactiviteiten bij elkaar optelt. dit standpunt is onjuist, oordeelt
hof den haag. de speelgoedactiviteiten en de kinderopvang vertonen onvoldoende samenhang om als één onderneming te worden aangemerkt. de speelgoedactiviteiten vormen ook zelfstandig geen onderneming. de gastouder heeft daarom alleen voor de kinderopvang recht op de mkb-winstvrijstelling.