Fiscaal

Schenkbelasting geen onderdeel verkrijgingsprijs ab-aandelen

gepubliceerd op: 05 augustus 2021

Een zoon houdt in 2014 alle aandelen in holding A (verkrijgingsprijs € 586.350). Zijn vader schenkt hem dat jaar alle aandelen in holding B, waarbij de verkrijgingsprijs van vader (€ 4.400) wordt doorgeschoven naar de zoon. De zoon betaalt ter zake van deze schenking € 361.907 schenkbelasting. Vervolgens vindt in 2015 een juridische fusie plaats, waarbij holding A verdwijnt en holding B verkrijgt. De zoon beroept zich daarbij op de vrijstelling bij juridische fusie en op doorschuiving van de verkrijgingsprijs. Hij verzoekt de inspecteur om de verkrijgingsprijs van zijn aanmerkelijk belang in holding B vast te stellen op
€ 992.657 (€ 586.350 + € 4.400 + € 361.907). De inspecteur gaat hier niet in mee.

De inspecteur rekent het bedrag aan schenkbelasting niet tot de verkrijgingsprijs en stelt de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang in holding B vast op € 590.750 (€ 586.350 + € 4.400). Terecht, oordeelt de Hoge Raad. De schenkbelasting is niet aan te merken als kosten die zijn gemaakt in onmiddellijk verband met de verkrijging van de aandelen. De verschuldigdheid van de schenkbelasting wordt namelijk opgeroepen door de omstandigheid dat een bevoordeling door vrijgevigheid plaatsvindt. De wijze waarop die bevoordeling vorm krijgt (overdracht van aandelen), staat daar los van.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.