Het geschil spitst zich toe op de vraag of de vrouw als kwalificerende buitenlands belastingplichtige kan worden aangemerkt, zodat de Roemeen en zijn vrouw fiscale partners zijn. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat zij hiervoor niet kwalificeert, omdat zij geen

  • inkomensverklaring van de Roemeense belastingautoriteit overlegt;
  • IB-aangiften heeft ingediend in Nederland voor de genoemde periode; en
  • inkomsten uit Nederland heeft ontvangen.

Zij voldoet hierdoor aan alle voorwaarden van artikel 1.2, lid 4, letter b Wet IB, die de kwalificatie als fiscaal partner beperkt. De opgelegde IB-(navorderings)aanslagen over de genoemde periode zijn dan ook terecht opgelegd.