een man heeft zich in 2009 jegens een bank tot € 120.000 borg gesteld voor verplichtingen van twee vennootschappen waarin hij een aanmerkelijk belang (box 2) had. op dezelfde dag deed zijn (ex-)schoonvader dat ook tot € 25.000. in 2014 worden de vennootschappen ontbonden. de man betaalt ter finale kwijting € 35.000 aan de bank en claimt hiervoor een aftrekbaar borgstellingsverlies in box 1.
hof den bosch oordeelt dat de man de borgstelling als aandeelhouder was aangegaan. de borgstelling van zijn (ex-)schoonvader maakt zijn eigen borgstelling nog niet zakelijk. hij was immers geen onafhankelijke derde en stond bovendien maar voor een gering bedrag borg.