onderneming gestaakt en niet naar duitsland verplaatst
Gepubliceerd op: 23 februari 2017
Een man en een vrouw exploiteren in maatschapsverband een melkveehouderij. Zij besluiten begin 2000 hun onderneming in te brengen in een BV. Vervolgens pachten zij dat jaar melkquota en gronden in Duitsland. De quota en graslanden in Nederland worden verkocht. In mei volgt de koop van een boerderij in Duitsland en in juli verkopen zij de Nederlandse boerderij. Op 1 augustus 2000 sluiten het echtpaar en de BV een maatschapscontract en bedingt de man zowel een lijfrente bij de BV als een winstrecht. Vervolgens emigreert hij naar Duistland. Onder deze omstandigheden is de onderneming gestaakt en niet verplaatst, oordeelt de Hoge Raad. De identiteit van de onderneming is namelijk gewijzigd.
het hof baseert zich bij zijn oordeel volgens de hoge raad terecht op het arrest van 15 oktober 2010 (ecli:nl:hr:2010:bm8075). daarin geeft de hoge raad aan dat een verplaatsing van de bedrijfsuitoefening niet tot staking leidt als de identiteit van de onderneming wezenlijk dezelfde is gebleven. dit moet worden beoordeeld aan de hand van een aantal factoren die tezamen en in hun onderling verband de identiteit van de onderneming bepalen. daarbij worden de bedrijven met elkaar vergeleken, onder meer qua grootte van de oppervlakte van de gronden, het melkquotum en het aantal koeien. het hof heeft met de veranderde omstandigheden voldoende gemotiveerd dat daarmee de wezenlijke identiteit verloren is gegaan.