een man bezit een perceel braakliggende vervuilde grond van enkele hectaren, dat voorheen tot zijn ondernemingsvermogen behoorde. bij staking van zijn onderneming in 2011 is de grond overgegaan naar zijn privévermogen, zonder dat de man er een waarde aan had toegekend. in 2013 blijkt uit een offerte van een sloopbedrijf dat het saneren van de grond € 6,3 miljoen zal kosten. in gesaneerde staat heeft de grond een waarde van € 210.000. de man meent dat deze waarde verminderd moet worden met de saneringskosten en dat de grond in box 3 dus een negatieve waarde heeft. rechtbank noord-nederland oordeelt dat de wetssystematiek een negatieve waarde niet uitsluit.
de rechtbank verwijst hiervoor naar de conclusie van a-g wattel van 11 oktober 2017. de rechtbank wijst er wel op dat de man aan een koper van de grond in de huidige staat een bedrag zal moeten betalen. verder acht de rechtbank het aannemelijk dat de bodemvervuiling een negatieve invloed heeft op de waarde in het economisch verkeer, van minimaal € 625.000. een koper zal immers rekening moeten houden met het feit dat de grond vervuild is. daarnaast kan een overheid hem in de toekomst verplichten om de grond te saneren. bovendien is de grond in de huidige staat slechts voor beperkte doeleinden geschikt.