een ict’er heeft stamrechten opgebouwd bij zijn holding-bv en een van de dochter-bv’s. daarnaast heeft hij bij de holding een bedrag van € 936.863 geleend om een zeilboot te laten bouwen. in 2019 kan hij aanspraak maken op het stamrecht bij de holding-bv, maar door liquiditeitsproblemen bij de dochter-bv’s wordt dit niet uitbetaald. toch rekent de inspecteur de stamrechtuitkering in 2019 tot het box-1-inkomen van de ict’er. de stamrechtuitkering kan namelijk worden verrekend met de schuld aan de holding-bv en is dus vorderbaar en inbaar.
hof arnhem-leeuwarden is het hiermee eens. de ict’er heeft de stamrechtuitkering daardoor genoten.