late verdeling echtelijke woning leidt tot minder renteaftrek
Gepubliceerd op: 24 februari 2022
een man en een vrouw beëindigen in 2013 hun relatie. hun eigen woning is voor twee derde eigendom van de vrouw en voor een derde van de man. zij blijft in de woning wonen en hij vertrekt naar een huurwoning. in 2016 betaalt zij alle hypotheekrente en trekt die af in haar aangifte ib 2016. zij krijgt echter pas in mei 2018 de volledige juridische en economische eigendom van de woning. tot dat moment gaat het risico op waardeveranderingen voor een derde ook de man aan. volgens hof amsterdam heeft zij daarom in 2016 slechts voor twee derde deel een eigen woning en een eigenwoningschuld. de rente kan zij slechts voor twee derde in aftrek brengen.
de vrouw beroept zich nog op de redelijkheid en billijkheid om alsnog volledige renteaftrek te krijgen. het hof verwerpt dit standpunt, hoewel het hof de onredelijkheid begrijpt van het feit dat de rente niet bij haar noch bij haar ex aftrekbaar is. de beperking in de renteaftrek is een welbewuste afweging van de wetgever, die de rechter niet in een individueel geval terzijde kan stellen (zie ook ecli:nl:hr:2021:1719).
lichtpuntje
er was ook nog een lichtpuntje voor de vrouw. zij had de woning in 2016 namelijk tijdelijk verhuurd via airbnb. de tijdelijke huurinkomsten die zij in 2016 had genoten, zijn ook slechts voor twee derde van 70% van de huurinkomsten bij haar belast.