Een man geniet naast zijn pensioeninkomsten (€ 93.120) ook inkomsten (€ 41.911) uit werkzaamheden als octrooi- en patentgemachtigde. Hij verricht deze werkzaamheden vanuit een zelfstandige werkruimte in zijn woning. De kosten van die ruimte brengt hij in aftrek. Deze aftrek is terecht geweigerd, oordeelt Hof Den Haag. Bij de beoordeling of recht op aftrek bestaat moeten ook de pensioeninkomsten worden meegenomen. Dit betekent dat de man 31% van zijn inkomen verdient vanuit zijn werkruimte. Als er geen andere werkruimte buiten de eigen woning beschikbaar is, geldt de eis dat de inkomsten hoofdzakelijk (70%) in of vanuit de werkruimte in de woning moeten zijn verdiend. Aan deze eis voldoet de man niet.
Er gelden twee cumulatieve eisen voor de aftrek van de kosten van een zelfstandige werkruimte in de woning:
de inkomsten moeten in belangrijke mate (30%) in de werkruimte in de woning zijn verdiend.
De inkomsten zijn de som van de winst uit een of meer ondernemingen, het belastbaar loon en het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. Het belastbaar loon bestaat zowel uit loon uit tegenwoordige arbeid als uit loon uit vroegere arbeid.