een vrouw en haar partner kopen eind januari 2021 een woning. eind juni 2021 kopen zij een tweede woning, die eind september 2021 wordt geleverd. eind oktober 2021 verhuist de vrouw van de eerste naar de tweede woning. zij stelt dat zij deze woning als hoofdverblijf gebruikt en heeft daarom 2% overdrachtsbelasting (ovb) afgedragen. de inspecteur legt een naheffingsaanslag ovb op tegen het algemeen tarief. terecht oordeelt
rechtbank zeeland-west-brabant. de vrouw maakt niet aannemelijk dat zij de tweede woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt. de bijzondere omstandigheden waardoor het 2%-tarief toch van toepassing zou kunnen zijn, doen zich niet voor.