een landbouwer heeft een gemengd bedrijf, dat bestaat uit een varkenshouderij, een jongvee-opfokbedrijf en een akkerbouwbedrijf. in 2018 krijgt hij 2.436 kg melkveefosfaatrechten toegekend. hij gebruikt daarvan 10% in zijn eigen bedrijf en verkoopt het restant. de landbouwer vormt vervolgens van de boekwinst een herinvesteringsreserve (hir). de inspecteur heeft de vorming van de hir ten onrechte geweigerd, oordeelt rechtbank gelderland. de toegekende melkveefosfaatrechten kunnen namelijk worden aangemerkt als bedrijfsmiddel, waarvoor een hir kan worden gevormd.
vorming van een hir is volgens de rechtbank mogelijk, zowel voor de in de eigen onderneming in het jaar van vervreemding benutte als onbenutte fosfaatrechten.