Een man koopt in 2024 voor € 750.000 een perceel met een woning, erf, tuin, grond en verdere aanhorigheden. Het bestemmingsplan kwalificeert de grond als agrarisch. Eerst stond in de koopakte dat de verkoper deze grond zou onderhouden tot de oogst van de aangeplante gewassen. Later verklaart hij in een addendum dat de grond altijd bij de woning hoorde en daaraan dienstbaar was. Voor de berekening van de overdrachtsbelasting (OVB) wordt de koopprijs deels toegerekend aan de woning (2%) en deels aan de agrarische grond (10,4%). De man vindt dat de grond als aanhorigheid bij de woning hoort en vraagt daarom een deel van de OVB op de grond terug. Wordt zijn verzoek gehonoreerd?
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur het verzoek om teruggaaf van OVB terecht heeft afgewezen. Hij is namelijk niet gebonden aan de notariële kwalificatie in het addendum bij de leveringsakte. Het is aan de man om aannemelijk te maken dat de grond bij de woning behoort, daarin in gebruik is en daaraan dienstbaar is. Uit objectieve gegevens van de RVO en luchtfoto’s blijkt echter dat de grond steeds bedrijfsmatig in gebruik was als landbouwgrond tot aan de verkoop aan de man. Ook blijkt dat beplanting en bebouwing het erf duidelijk afscheiden. De grond is daarom geen aanhorigheid bij de woning. Het hoge OVB-tarief is terecht toegepast op het deel van de koopprijs dat ziet op deze grond.