gerechtigdheid tot winst vof niet van belang voor kia
Gepubliceerd op: 19 december 2019
een fruitteler drijft met zijn vrouw een vennootschap onder firma (vof). hij is voor 60% gerechtigd tot de winst van de vof. de vof investeert in 2016 voor € 190.482 in bedrijfsmiddelen en er zijn geen buitenvennootschappelijke investeringen gedaan. de fruitteler claimt kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (kia). hij berekent de kia als volgt: het maximum van € 15.687 minus € 6.557 (7,56% x 86.734) is € 9.130. daarvan komt in 2016 € 7.931 in aftrek, omdat een deel van de investeringen in 2016 nog niet in gebruik is genomen. de inspecteur staat echter slechts 60% van dit bedrag in aftrek toe. ten onrechte, oordeelt rechtbank gelderland.
de rechtbank oordeelt dat bij het vaststellen van de kia geen rekening hoeft te worden gehouden met de gerechtigdheid van de fruitteler in de winst van de vof. dit is volgens de rechtbank in lijn met de uitspraak van de hoge raad van 24 mei 2019. de hoge raad neemt daarin het gehele bedrag van de investeringen van de maatschap in aanmerking bij de belastingplichtige voor de berekening van de kia. de rechtbank verwerpt het standpunt van de inspecteur dat dit alleen zou mogen als er ook buitenvennootschappelijke investeringen zouden zijn gedaan.