Geen verlaagd OVB-tarief voor onbewoonde woning door stankoverlast
Gepubliceerd op: 17 december 2025
Een echtpaar bezichtigt een woning met bedrijfsgebouwen en cultuurgrond, waarin een dierenpension is gevestigd. Zij constateren daarbij stankoverlast, maar besluiten de onroerende zaken toch te kopen zonder nader onderzoek te laten doen naar de stankoverlast. Bij de levering betaalt het echtpaar over de woningwaarde 2% overdrachtsbelasting (OVB) en over de overige onroerende zaken 8% OVB. Een aannemer laat hen weten dat het verhelpen van de stankoverlast ten minste € 50.000 tot € 75.000 zal kosten. Het echtpaar besluit de woning te slopen en betrekt een tijdelijke woning op het terrein. Heeft dit gevolgen voor de afgedragen OVB?
De inspecteur legt het echtpaar voor de woning naheffingsaanslagen OVB op naar het tarief van 8%, verhoogd met verzuimboetes. Het echtpaar beroept zich op de ‘onvoorziene omstandigheid’, zoals bedoeld in artikel 15a, lid 5 WBR. Maar daarvan is volgens Rechtbank Noord-Nederland geen sprake. De rechtbank stelt vast dat het echtpaar al vóór de koop bekend was met de stankoverlast, zonder nader onderzoek te laten doen, terwijl dat wel van hen mocht worden verwacht. Het echtpaar heeft dan ook geen pleitbaar standpunt. De naheffingsaanslagen OVB en de verzuimboetes blijven in stand.