Geen vergoeding wettelijke rente bij vermindering box-3-heffing
Gepubliceerd op: 2 april 2026
Een man maakt bezwaar tegen de box-3-heffing in de aanslag IB 2018. De rechtbank geeft hem gelijk en vermindert de aanslag met € 4.642 tot nihil. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de periode tussen de datum van betaling van de in strijd met het EVRM geheven box-3-heffing en de datum van de terugbetaling daarvan. De inspecteur meent dat hij geen wettelijke rente hoeft te betalen en gaat in hoger beroep. Hof Den Bosch geeft hem gelijk. De vermindering van de box-3-heffing tot nihil (het werkelijke rendement is negatief) biedt voldoende rechtsherstel. Waarom komt het hof tot dit oordeel?
De wettelijke rente moet alleen worden vergoed als deze hoger is dan de belastingvermindering in box 3. Dit oordeelt het hof onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit geval kan de wettelijk rente over de belastingvermindering de belastingvermindering van € 4.642 niet overtreffen. Daardoor biedt de vermindering van de box-3-heffing voldoende rechtsherstel. Hierdoor wordt alleen het werkelijke rendement in de aanslag betrokken. Er is geen aanleiding om een rentevergoeding toe te kennen, aldus het hof. Daarom vernietigt het hof de uitspraak van de rechtbank.