Geen terugwerkende kracht voor beëindiging fiscale eenheid Vpb
Gepubliceerd op: 15 januari 2026
Een dochter-bv en moeder-bv verzoeken om per 1 oktober 2020 een fiscale eenheid te vormen. De inspecteur komt aan dit verzoek tegemoet. Op 17 augustus 2021 verzoekt de dochter-bv om de fiscale eenheid te beëindigen met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2020. De inspecteur wijst dit verzoek af en stelt het verlies over 2020 van de dochter-bv vast over de periode 1 januari tot 1 oktober 2020. De dochter-bv meent dat het verlies moet worden vastgesteld over het gehele jaar 2020. Rechtbank Gelderland oordeelt dat een fiscale eenheid niet met terugwerkende kracht kan worden beëindigd. De verliesbeschikking 2020 is dan ook juist vastgesteld.
De rechtbank verwijst naar de parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat het juist niet de bedoeling van de wetgever is geweest om een verbreking van een fiscale eenheid met terugwerkende kracht toe te staan. Het beëindigingstijdstip kan niet eerder liggen dan het tijdstip waarop het verzoek om beëindiging van de fiscale eenheid is gedaan. De inspecteur heeft daarom het verlies over 2020 terecht vastgesteld over de periode tot 1 oktober 2020. Vanaf dat moment wordt het verlies meegenomen in het resultaat van de moeder-bv.