geen dubbele heffing over lijfrenteaanspraak: saldomethode van toepassing
Gepubliceerd op: 9 augustus 2018
een ex-firmant had in 1998 zijn vof-aandeel ingebracht in een werk-bv, waarvan de aandelen worden gehouden door een beheer-bv. daarbij had hij een direct ingaande lijfrente bedongen. de aandelen van de beheer-bv zijn voor 50% in het bezit van de persoonlijke holding van de ex-firmant. op 1 maart 2010 verkoopt de beheer-bv de aandelen in de werk-bv, waarbij ook de lijfrenteverplichting wordt overgedragen. op 22 juni 2010 gaat de lijfrenteverplichting over naar de persoonlijke holding van de ex-firmant. dat is niet toegestaan, dus heeft de inspecteur de aanspraak terecht belast, oordeelt de hoge raad. maar hij kan niet ook de in 2010 uitbetaalde lijfrente-uitkering geheel belasten, want dat leidt tot dubbele heffing. hierop is de saldomethode van toepassing.
de lijfrenteaanspraak bedraagt € 106.840 en is belast als negatieve uitgaven voor inkomensvoorziening, omdat de persoonlijke holding niet voldoet aan de wettelijke vereisten. deze holding is dus geen toegelaten verzekeraar als bedoeld in artikel 3.126, lid 1 wet ib 2001. daarnaast zijn terecht revisierente (20%) en heffingsrente in rekening gebracht. de na 1 maart 2010 uitbetaalde lijfrente-uitkeringen moeten worden belast met toepassing van de saldomethode (artikel 25, lid 1, onderdeel g wet ib). daarbij wordt als premie betrokken het bedrag van € 106.840. dit is de ‘premie’ die niet ten laste van het inkomen kon komen.