een man koopt van zijn ouders een perceel grond met de bedoeling er een woning op te bouwen. de grond is volgens het bestemmingsplan van de gemeente ook bestemd voor woningbouw. bij de aankoop heeft de man 10,4% overdrachtsbelasting (ovb) voldaan. hij maakt daartegen bezwaar, omdat het lage ovb-tarief van 2% van toepassing zou zijn.
rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat een perceel grond waarop een woning gebouwd zal worden op grond van de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie niet kan worden aangemerkt als een woning in de zin van artikel 14, lid 2 wbr. de ovb-teruggaaf is terecht geweigerd.