Een vastgoedexploitant vormt in 2008 een HIR. In 2014 voegt de inspecteur de HIR toe aan de winst over 2011, omdat niet tijdig is geherinvesteerd. De exploitant stelt in maart 2015 dat de HIR nooit had mogen worden gevormd, omdat zij nooit een herinvesteringsvoornemen heeft gehad. Deze fout moest in 2010 worden hersteld met toepassing van de foutenleer. Over 2010 kon echter niet meer worden nagevorderd. De exploitant behoort te weten dat een HIR alleen mag worden gevormd met een herinvesteringsvoornemen, aldus Hof Amsterdam. Maar zelfs als de HIR ten onrechte is gevormd, vindt herstel van die fout plaats in 2011. De inspecteur kon niet eerder weten van de fout.