de vader van een broer en een zus overlijdt. zij worden daardoor mede-eigenaren van enkele onroerende zaken. de woz-beschikkingen worden opgelegd aan de vader, maar de broer maakt - als executeur - namens de erven bezwaar tegen de woz-beschikkingen. de zus vraagt desondanks om uitreiking van eigen, op haar naam gestelde woz-beschikkingen. dit verzoek is ten onrechte afgewezen, aldus de
hoge raad. de dochter heeft op grond van artikel 26 wet woz recht op eigen woz-beschikkingen, ook als haar broer al namens de erven bezwaar heeft gemaakt. de woz-waarde is namelijk ook van belang voor de belastingheffing van individuele erfgenamen.