een ab-houdster liquideert haar bv op 1 mei 2013. het ab-verlies wordt bij de aanslag ib 2014 vastgesteld op € 18.151. op verzoek van de ab-houdster wordt dit verlies omgezet in een belastingkorting van € 4.538. de inspecteur verrekent eerst de belastingkorting en dan de algemene heffingskorting bij het vaststellen van de aanslag ib 2016. de ab-houdster meent dat eerst de heffingskorting moet worden verrekend en dan pas de belastingkorting. dat scheelt haar bijna € 350. de
hoge raad oordeelt echter dat de door de inspecteur gekozen volgorde juist is. uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat dit anders zou moeten zijn.